All the world's a stage

All the world's a stage

Hoe krijg je het voor elkaar een groep serieuze graduate studenten aan een prestigieuze universiteit spontaan en zielsgelukkig verstoppertje te laten spelen? Simpel, laat Vloeistof een uurtje langskomen voor een workshop. Tijdens de repetities voor de voorstelling Ben ik nu hier maakte Vloeistof een uurtje tijd voor een aantal studenten van onze gastheer in Montreal, de McGill University.

Intellectueel apenkooien
Anja zit achterover hangend in een oude stoel, die afgedankt naast een flatgebouw staat. Ulrike glipt stiekem een half open raam binnen. Sarah ligt in een vreemde houding op een versleten stukje asfalt. De studenten op het binnenplaatsje kruipen samen en kijken wat ongemakkelijk toe. De dansers wisselen een aantal keren van houdingen en langzaam ontspant ons publiek. Wanneer we vervolgens vragen wat ze er van vinden gaan ze los:

De menselijke figuren, hangend aan een regenpijp of op de kop staand in de bosjes, doen iets met onze ervaring. Het woord ‘imprinting’ valt. Wanneer een liggende danser met zijn rug een lijn in het asfalt volgt, is het lege asfalt daarna niet meer hetzelfde. En, wanneer je een kwartier naar drie dansers hebt gekeken die spelen met de ruimte, is de wereld daarna niet meer hetzelfde. Elke hoek, elke steen, elke stang krijgt potentie. Kan ik hier aan hangen? Zou ik hier tegen aan willen staan?

Toch gebeurt er meer dan slechts het omtoveren van de openbare ruimte in een speeltuin. De fantasie  en zintuigen worden geprikkeld. Een danseres bijna uit het zicht, in een afgedankte stoel, wordt een mogelijk verhaal. Terwijl een danseres op haar kop in de plantenbak verandert van een persoon in een object, een vervreemdend onderdeel van de ruimte. En die danseres verderop, met haar handen op het asfalt, via haar voel je bijna zelf het asfalt onder je vingers, warm en ruw.

Niet alleen de relatie tussen mens en omgeving verandert, ook de omgeving zelf verandert. We zoomen in en kijken met nieuwe ogen. Door de lange lijn die de danser maakt naast de regenpijp, worden we ons opeens bewust van de regenpijn, lang en smal en hoog boven alles uit toornend. En doordat we de blik van die andere danser volgen zien we opeens die jongen, met die voetbal, die zijn haar goed doet in de ruit, alsof hij onderdeel is van een toneelstuk, waar alleen wij weet van hebben.

Toch, merken de studenten op, passen de dansers nooit zo perfect in de ruimte als de stukjes van zo’n ouderwetse houten puzzel. Vaak wringt het. De vorm van de tegel kan net niet opgevuld worden, de jongen met de voetbal kijkt ongemakkelijk weg, de parkwachter vraagt of alles in orde is. En juist dat is waar het spannend wordt: de confrontatie tussen de omgeving, de danser en het publiek. Soms valt alles samen en wordt het moment mooi of grappig. Soms botst het en in die botsing vervreemden we, worden we toeschouwers van een spel waar we normaal aan mee doen en nu opeens buiten staan.

Net als vroeger
En toen kwam daar die onverwachte vraag, ga nu zelf maar eens aan de gang. Meestal leidt zo’n vraag tot blozende wangen en mensen die zich opeens erg klein maken. Echter, zo als een student vertelde, bracht het kijken een verlangen met zich mee. Het verlangen de pose te zien die jij voor je ziet, daar bij dat raam, tegen die scheur in de muur. En zelf te weten hoe het voelt. Dit maakte dat er in no time een professor aan het dak van een schuurtje hing. Een jongen midden op het pad probeerde te balanceren op een smalle spleet in de straat. En die twee verlegen meisjes opeens op de kop op dat trapje lagen…

En zo kwam het dat na het afsluiten van de workshop, tijdens het pakken van de tassen, een meisje tegenover haar medestudenten verzuchte: “Oh please, let’s play hide and seek, while we are still feeling like this…”